Gert Ligterink: 25 jaar Volkskrant

Overgenomen met toestemming van Johan Hut
Johan Hut, juni 2008, Schakers.Info

Deze zomer is het 25 jaar geleden dat Gert Ligterink zijn eerste schaakrubriek voor de Volkskrant schreef. Een paar maanden later schreef hij zijn eerste artikel op de sportpagina. In totaal heeft Ligterink 32 jaar lang schaakrubrieken geschreven, want vóór de Volkskrant deed hij dat al voor het Nieuwsblad van het Noorden en de Winschoter Courant. Ligterink is zeker geen recordhouder, maar er is alle reden om even stil te staan bij dit jubileum van misschien wel de bekendste schaakrubriek van Nederland.

Jeugdkampioenschap

Gert Ligterink had als jeugdschaker een bijzonder groot talent. Hij leerde de spelregels eind 1963, vlak na zijn veertiende verjaardag. Voor een topschaker is dat uitzonderlijk laat. Toch debuteerde hij al in het seizoen 1966-67 in de hoofdklasse met het Groningse Unitas. Een jongen van bijna zeventien die pas drie jaar kan schaken, dat is een zeldzaamheid in de hoogste klasse. Een seizoen eerder (mei 1966) had Ligterink al deelgenomen aan het Nederlands jeugdkampioenschap, waar hij ruim achter kampioen Jan Timman gedeeld achtste werd. In 1968 werd hij tweede, achter Hans Böhm. C. Rothert in het bondsblad: “Het was een geslaagd toernooi met aardige jonge kerels, van wie velen een behoorlijke partij schaak spelen en waarin wij bepaald wel enkele lichtpunten hebben ontdekt. Zo tippen wij Böhm en Ligterink als spelers die een goede schaaktoekomst hebben en het in hun vermogen hebben na gedegen studie prachtige resultaten te behalen.” Een jaar later eindigden Böhm en Ligterink gelijk. Ligterink had de onderlinge ontmoeting gewonnen, maar er moest ook nog een beslissingsmatch worden gespeeld. Die won de Groninger met 2-0, waarmee hij jeugdkampioen van Nederland werd.

Noordelijk isolement

De opmars naar de nationale top ging vervolgens niet zo voorspoedig als je zou verwachten en dat was te wijten aan ‘het schaakisolement van het noorden’, zoals hij dat in 1974 noemde. Ligterink zou dat jaar voor het eerst deelnemen aan het Nederlands kampioenschap en werd vooraf voor het bondsblad geïnterviewd door Joris van den Berg. Hij had het laatste NOSBO-kampioenschap gewonnen met 9 uit 9, maar zei daarover: “Het enige wat ik kan doen is gewoon alles winnen, er zit niets anders op. Het zegt niks en je schiet er ook niks mee op.” Er waren in Groningen verder geen sterke schakers, maar Ligterink wilde niet naar de Randstad verhuizen. In de eerste plaats studeerde hij Engels aan de Rijks Universiteit van Groningen, maar bovendien was hij verknocht aan zijn stad. Ligterink: “Met de fiets zijn we in Groningen zo buiten.” Zijn vriendin over de Randstad: “Het stinkt daar.” Van de elf tegenstanders aan dat eerste NK had Ligterink alleen tegen Langeweg en Enklaar wel eens gespeeld, en tegen Timman als jeugdspeler, de anderen kende hij slechts van naam. Na zijn studie wilde hij wel een jaar profschaker worden. “Ik heb het gevoel, dat er in de Nederlandse schaaktop erg veel talent zit, met een geweldige ondergrond aan technische schaakkennis en ervaring, maar ik heb soms ook wel eens het idee dat ze er niet zo verschrikkelijk veel meer voor hoeven te doen. Ik zou wel eens willen weten hoe sterk ze werkelijk zijn en welke mogelijkheden er voor mijzelf liggen.”

Vaste toernooien

Op dat (sterk bezette) NK 1974 werd Ligterink gedeeld achtste, met een overwinning op Donner als leukste resultaat. Daarna kwamen de grote prestaties. In 1973 had hij al een van de reservegroepen van het IBM-toernooi gewonnen, wat promotie opleverde naar de meestergroep. ‘De wensdroom van elke hoofdklasser’, meende de schrijver van het toernooiboekje. Van 1974 tot en met 1985 speelde hij dertien keer mee in de IBM- en Hoogovenstoernooien, de twee grootste toernooien van Nederland. Zes keer in de grootmeestergroep en zeven keer in de meestergroep (tegenwoordig zouden we B-groep zeggen). In de meestergroep van het IBM-toernooi werd hij in 1975, 1977 en 1978 tweede en derde, de meestergroep van het Hoogovenstoernooi won hij in 1983. Die voortdurende uitnodigingen noemde hij in een interview met Erik Bouwmans (Schaaknieuws) in 2003 als reden dat hij profschaker kon blijven: “Ik zou het zo over willen doen, maar dan wel in die tijd, in mijn tijd. Toen was het klimaat veel beter. In die tijd, en dat heeft nog geduurd tot zeg maar 1996, was je inkomen in zekere zin gegarandeerd door een aantal vaste toernooien. Ik benijd jongens als Daniel Stellwagen of Jan Smeets niet. Als zij die afweging moeten maken staan ze voor een zware keuze.”

Hoogtepunt

Naast de twee grote particuliere toernooien speelde Ligterink ook bijna ieder jaar het NK, vanaf 1976 dertien keer op rij. Na voor Unitas en Groningen te hebben gespeeld werd hij ook in de KNSB-competitie professional, hij speelde voor de gesponsorde ploegen van Philidor Leeuwarden (vier jaar), Utrecht (een jaar), De Variant (twee jaar) en Rotterdam (twaalf jaar). Uiteindelijk kwam hij terug bij Groningen, dat inmiddels ook een lichte vorm van sponsoring had. Gert Ligterink staat zevende op de topscorerslijst aller tijden in de hoogste klasse.

Zijn grootste succes was het NK 1979. Het was het sterkste NK tot dan toe, maar Ligterink bleef Timman, Ree, Donner en Sosonko allemaal voor. Fameus is het verhaal van de tweede ronde, toen hij een goedstaande partij tegen Piet van der Weide in tijdnood verknalde en totaal verloren kwam te staan. Toen Van der Weide dacht dat hij de tijdcontrole had gehaald ging hij een flesje limonade halen, om na terugkomst de niet genoteerde zetten te reconstrueren. Het bleken er 39 te zijn en Van der Weide was door zijn vlag gegaan. Zo’n gelukkige overwinning kan soms een voorbode zijn van iets groots: twee weken later was Gert Ligterink kampioen van Nederland. Hij had leuke, wilde partijen gespeeld, hij had Timman, Donner en Ree verslagen en alleen verloren van Sosonko, tegen wie hij het altijd moeilijk heeft gehad. Ligterink had zich in de weken voor het NK vooral beziggehouden met schilderen en behangen in zijn nieuwe woning. De laatste twee weken had hij partijen nagespeeld uit het beroemde toernooiboek Zürich 1953 van David Bronstein, dat door velen een inspirerend boek is genoemd. Ligterink tegen Schaaknieuws (2003): “Zonder enige openingsvoorbereiding speelde ik met zwart alleen Konings-Indisch, omdat dat in dat boek stond. Met dank aan David, zeg maar.”

Journalistiek

Al die toernooien en competities leidden uiteraard nog niet tot een stevig inkomen. In 1981 vertelde hij aan Martijn Smit (Schaakbulletin) hoe hij de journalistiek was ingerold. In 1975 liet Ligterink weten dat hij de schaakclub Groningen zou verlaten, op zoek naar een betalende club. Smit: “Een harde slag voor de club. Goede raad is duur. Zestig gulden per week, naar later zal blijken.” De Groningse coryfee Johan Zwanepol wilde Ligterink nog een tijdje houden en stapte naar de redactie van de Winschoter Courant om te vragen of Ligterink de schaakrubriek mocht schrijven. Daarvóór nam de krant een rubriek van Berry Withuis over, die in heel Nederland in diverse regionale kranten werd geplaatst. Ligterink nam de klus aan en bleef als dank nog even bij Groningen spelen, maar na drie jaar vond hij zijn honorarium van zestig gulden per week te laag en stopte hij met schrijven. Een jaar later werd hij kampioen van Nederland en de redactie van het Nieuwsblad van het Noorden reageerde alert. Die redactie was ongelukkig met haar schaakrubriek en zag in de nieuwe Nederlands kampioen – uit Groningen – de ideale kandidaat om die over te nemen. Het honorarium was bijna drie keer zoveel als bij de Winschoter, dus Ligterink bedacht zich geen moment.

Vier jaar schreef Ligterink voor het Nieuwsblad van het Noorden, waarna in de zomer van 1983 de grote stap kwam. Wim Andriessen was begonnen met het project New in Chess en had geen tijd meer voor zijn rubriek in de Volkskrant. Hij vroeg Ligterink hem op te volgen. Dat was natuurlijk een enorme promotie, dus Ligterink zei ja. Kort daarna kreeg hij de verslaggeving erbij, die bij zijn komst nog werd gedaan door Hein Donner. Die kreeg in augustus 1983 echter een hersenbloeding, waarna de kandidatenmatch Kasparov-Kortchnoi, eind 1983, de eerste grote klus werd voor Gert Ligterink als verslaggever.

Sterkte en zwakte

Journalistiek gaat ten koste van de actieve schaakcarrière, wist ook Ligterink, die op het NK van 1983 en 1984 negende en tiende werd. In de twee daaropvolgende jaren werd hij echter netjes derde. De oorzaken van slechte prestaties waren ook anders, zei Ligterink in 2003 tegen Schaaknieuws: “Het heeft bij mij vaak te maken hoe het in mijn privé-leven ging. Toen mijn verkering uitging, werd ik laatste in het NK. Dat vond ik toen belangrijker dan het hele NK.” Op de daaropvolgende vraag of hij mentaal niet zo sterk was: “Ontzettend slecht, ja absoluut. Ik kon bijna nooit een slechte reeks doorbreken. Met teleurstelling omgaan, dat was altijd een zwakte.” In datzelfde interview gaf hij ook een complete analyse van zijn spel: “Dynamische stellingen zijn altijd mijn sterkste punt geweest. Ik heb een goed gevoel voor de overgang opening – middenspel, ben uitgesproken zwak in tijdnood en een vrij middelmatige eindspelspeler. Vroeger had ik bovendien duidelijke zwaktes in de opening. Blunderen deed en doe ik niet veel.”

Gert Ligterink werd internationaal meester, maar had jarenlang een stevige plaats in de nationale toptien en zou met de huidige regels zeker grootmeester zijn geworden. Hoever zou hij zelfs gekomen zijn als hij de spelregels eerder had geleerd en als hij niet in dat geïsoleerde noorden had gewoond?

Leraar

Na een Nederlandse topschaker te zijn geweest, werd Ligterink een gezaghebbende journalist. In de Volkskrant blinkt hij uit met een grote kennis van het internationale schaakleven en uiteraard van het spel zelf. Het is altijd boeiend om te lezen wat hij aan de actualiteit toevoegt. Naar oplage gemeten is het de derde krant van Nederland, maar het Algemeen Dagblad heeft geen schaakrubriek meer en ik vraag me af of de veel grotere Telegraaf onder sterke schakers meer wordt gelezen dan de Volkskrant. Tijdens zaterdagse KNSB-wedstrijden zie je altijd wel ergens een Volkskrant liggen (opengeslagen op de denksportpagina) maar nooit een Telegraaf.

Op de Corus-site www.coruschess.com heeft Ligterink een column waarin hij zich wat meer kan uitleven. De degelijkheid van zijn zaterdagrubriek maakt daar vaak plaats voor ingetogen humor, je krijgt soms de indruk dat hij grinnikend achter zijn computer heeft zitten schrijven.

Ten slotte is Gert Ligterink ook een publiekscommentator van hoog niveau. Hij is een makkelijke prater die meestal een goede interactie heeft met het publiek. Dat wil zeggen: hij praat niet alleen, hij luistert ook naar de reacties en reageert daar serieus op. Ook als dat reacties zijn van mensen die er niets van begrijpen, want Ligterink vervult op het podium met verve de functie van leraar, een beroep dat hij misschien wel had gekozen als hij geen schaker of journalist was geworden. Leraar Engels, dat had zomaar gekund. Het werd leraar schaken, een functie met een heel wat grotere groep leerlingen.