EK-titel Tiviakov:

Wij houden van Oranje? 

Overgenomen met toestemming van Johan Hut

Johan Hut, Schakers.Info, 9 mei 2008

Toen het Nederlands voetbalelftal in 1988 Europees kampioen werd, zong André Hazes het lied ‘Wij houden van Oranje’. Dat lied sloeg aan in voetbalminnend Nederland, waar na thuiskomst van het team half Amsterdam oranje kleurde. Toen het Nederlandse schaakteam in 2001 en 2005 Europees kampioen werd, werd het op Schiphol ontvangen door drie KNSB-bestuursleden en anderhalve schaakjournalist. De ontvangst van onze kersverse Europees kampioen Sergei Tiviakov vorige week was daarmee vergelijkbaar. Houden wij van onze topschakers? En de actuele vraag: houden wij van onze superkampioen Sergei Tiviakov?

Mooi cv

Tiviakov was al een schaker van naam toen hij zich in september 1997 in Nederland vestigde. Hij werd geboren op 14 februari 1973 in de Zuid-Russische stad Krasnodar, nabij de Zwarte Zee. Op vijfjarige leeftijd leerde hij schaken en twee jaar later mocht hij al les nemen op de schaakschool van Vassili Smyslov, wat vier jaar duurde. In 1989 werd hij wereldkampioen tot en met zestien jaar, een jaar later tot en met achttien. In 1991 werd Tiviakov grootmeester. In zijn cv schrijft hij dat 1989 de start was van zijn professionele schaakcarričre, maar in 1995 studeerde hij ook nog af als landbouweconoom. Veel topschakers uit de voormalige Sovjet-Unie voltooiden een academische studie. Tiviakov was toen al een wereldtopper, in 1994 drong hij door tot de WK-kandidatenmatches van de PCA, waarin hij werd uitgeschakeld door Michael Adams. In datzelfde jaar maakte hij deel uit van het Russische team dat de Olympiade won en behaalde een prima score.

Thuis in Groningen

De organisatoren van het grote kersttoernooi in Groningen, Johan Zwanepol voorop, hebben altijd veel contact gehad met schakers uit het voormalige Oostblok. Tiviakov kreeg uit die hoek steun bij zijn vestiging en inburgering en noemt daarbij behalve Zwanepol ook de naam Arjen Tilstra. Als dank ging hij spelen voor het meesterklasseteam van de schaakclub Groningen. Ook voelde hij het als zijn plicht om goed te presteren in het toernooi van 1998 en dat deed hij ook. Samen met Vadim Milov won hij de invitatiezeskamp, waarbij hij onder anderen Jeroen Piket achter zich liet. Daarmee zette hij zich dus ook meteen op de kaart als Nederlandse topspeler.

Gelukkig

In een interview met Jules Welling voor het toernooiboek vertelde hij dat hij tijdens de Olympiade van 1998 Nederlands had geleerd. Hij speelde niet mee en aangezien er tijdens een Olympiade nauwelijks andere schaakevenementen zijn, had hij alle tijd. Hij vond talen leuk en sprak behalve Russisch al Engels, Duits, Italiaans, Frans en Spaans. Hij was gelukkig, zei hij tegen Welling. Over zijn clubteam: “Het is een team dat louter uit Groningers bestaat en zich toch kan handhaven in de Meesterklasse en dat zonder sponsors. Daar zijn we best trots op.” En over zijn keuze voor Nederland als land van vestiging: “De Nederlanders hebben respect voor profschakers en ze zijn voorkomend tegenover vreemdelingen.” Direct na zijn toernooizege in Groningen belde hij Dirk Jan ten Geuzendam: “Hier is Sergei. Ik spreek nu Nederlands!” Ten Geuzendam had een schaakrubriek in Vrij Nederland en had in Groningen al met Koos Stolk over Tiviakov gesproken. Stolk: “Ja, hij is apart, maar dat vinden we juist wel leuk.” Erik Hoeksema over de wedstrijden met Groningen in de KNSB-competitie: “Iedereen zet nu zijn beste beentje voor, omdat Sergei voortdurend kritisch kijkend rondloopt.”

Open toernooien

Tiviakov had het naar zijn zin, de Groningers waren blij met hem, een mooie toekomst in Nederland lag voor hem. De resultaten bleven ook uitstekend. Sinds 2000 nam hij deel aan het Nederlands kampioenschap en werd drie keer derde, drie keer tweede en in 2006 en 2007 kampioen. Dit jaar scoorde hij met een zesde plaats voor het eerst onder zijn niveau. Tiviakov maakte deel uit van het Nederlandse team dat in 2001 en 2005 Europees kampioen werd. Net als zijn teamgenoten werd hij daarvoor benoemd tot Lid van Verdienste van de KNSB. Maar bovenal won hij vele open toernooien in Nederland (Dieren, Vlissingen en Hoogeveen) en daarbuiten. Hij reeg het ene toernooi aan het andere, zo speelde hij in 2003 zes toernooien in drie maanden, vooral rond de Middellandse Zee. Ook een befaamde periode was de zomer van 2005. Tiviakov begon het Open NK in Dieren met een nederlaag tegen Desiree Hamelink, maar liet dat in hetzelfde en de twee daaropvolgende zomertoernooien volgen door een score van 23,5 uit 26. Een jaar later won hij de bekende tienkamp in Gausdal met een score van 8,5 uit 9. Op 1 oktober 2005 bereikte hij daardoor een Elo-rating van 2700, die hij helaas niet wist vast te houden. Verder speelt Tiviakov clubcompetities in talloze landen, naast de bekende West-Europese landen ook in Rusland en Jemen. Qua prestaties kan Sergei Tiviakov zich in Nederland goed meten met zijn rivalen Loek van Wely en Ivan Sokolov.

Geen kaaskop

Waarom heeft Tiviakov zich dan nog steeds niet ontwikkeld tot een nationale schaakheld? Wacht even, is hij dat dan niet? Nee, er schort iets, zo zei hij in januari 2007 tegen Robčrt Misset voor de Volkskrant: “Ik ben met Nederland twee keer Europees kampioen geworden, maar grootmeesters als Van Wely en Timman krijgen nog altijd meer startgeld dan ik. Ook mijn Nederlandse titel in 2006 heeft niets veranderd. Ik kan het moeilijk accepteren. Het is pure discriminatie, want op grond van mijn kwaliteiten kan ik niet worden genegeerd. Maar ik ben nu eenmaal in Rusland geboren, daarom word ik niet uitgenodigd voor toernooien.”

Die laatste suggestie werd door Hans Ree al tegengesproken voordat Tiviakov dat zei, namelijk in 2005 na het succes in Gausdal. In NRC Handelsblad schreef Ree: “Dat je Tiviakovs partijen zelden ziet afgedrukt komt niet alleen doordat hij geen autochtone kaaskop is. Zijn partijen zijn technisch gaaf en vaak leerzaam, maar ze zijn nooit spectaculair. Het schaakvolk wil spanning en sensatie en eerlijk gezegd wil ik dat zelf ook.” Het gebrek aan mooie uitnodigingen zou goed kunnen samenhangen met die speelstijl. John van der Wiel schreef er eens over in een van zijn NK-epilogen in Schaaknieuws: “Zijn spel straalt misschien weinig groots uit, maar is gewoon wat nauwkeuriger en pragmatischer dan dat van de meeste anderen. Tiviakov beheerst altijd zijn openingen goed en is, indien in vorm, moeilijk te raken.”

Veel remises

Moeilijk te raken, maar wint hij er ook veel mee? In die open toernooien dus wel, maar in het Corus-toernooi, waar hij in 2006 en 2007 (toch) meespeelde, kwam hij tot één overwinning, vier nederlagen en 21 remises. Dat was geen score zoals we die in Wijk aan Zee van Timman, Piket en Van Wely gewend waren. Niet dat die altijd meer punten haalden, maar de verdeling was anders. In 2007 maakte Van Wely zich boos in een interview voor de Volkskrant met dezelfde Robčrt Misset en sprak over de kleurloze partijen van Tiviakov: “We behaalden even veel punten, maar zijn spel was niet om aan te zien. Ga jij die Nederlandse titel nu maar eens uitdragen, dacht ik. Tiviakov moet beseffen dat het publiek meer wil zien van de Nederlandse kampioen.” Overigens sprak Van Wely in dat interview over situaties waarin hij als zesvoudig nationaal kampioen minder startgeld kreeg dan Tiviakov, dus een eenduidige waarheid op dat gebied is er niet.

Beperkte topschakers

Er zijn wel degelijk liefhebbers van de subtiele schaakstijl van Tiviakov, maar het grote publiek, het ‘schaakvolk’ zoals Ree het noemde, loopt er niet warm voor. Daarnaast kampt Tiviakov met een wat suffig imago. Hij mengt zich tijdens toernooien niet makkelijk in gezelschappen, is wat teruggetrokken. Een verklaring daarvoor is misschien dat hij zichzelf niet zo’n beperkt persoon vindt als veel andere topschakers, zo zei hij in 2004 in een interview met Gert Devreese voor Schaakmagazine. “Ik denk dat een mens zich moet ontwikkelen op verschillende manieren. Je moet een opleiding hebben, boeken lezen, verschillende dingen studeren, je horizon verbreden. Je moet in de maatschappij in staat zijn om met de mensen te praten over verschillende onderwerpen. Niet alleen maar schaken, schaken, schaken en niet meer dan schaken.” Tiviakov vindt zichzelf een levensgenieter, hij vindt het prachtig om de wereld over te reizen en schrijft daar graag reisverhalen over. Hij is dus helemaal niet suffig, maar misschien voelt hij zich niet zo thuis in het schaakwereldje. In dat interview zei hij ook dat hij goed met mensen kan omgaan, maar dat hij net zo lief een boek leest.

Geen Cadillac

De hechte band met de schaakclub Groningen is intussen wat bekoeld. Vorig jaar, in het kampioensjaar, scoorde hij goed. Hij deed het trouwens altijd goed, in 38 partijen scoorde hij 75%. Maar juist in dat kampioensjaar zegde hij af voor de cruciale wedstrijd tegen HSG, het hoogtepunt van het seizoen. Hij speelde weer ergens een toernooi, wat belangrijk voor hem is, maar het is ook belangrijk om aan een goede thuisbasis te werken. Als je club een goede sponsor heeft, is het trouwens ook niet handig om voor zo’n belangrijke wedstrijd te bedanken. Dit seizoen speelde Tiviakov niet meer mee.

Voor sponsors moet je je best doen, dat is ook een taak van topsporters. Toen Tiviakov in 2006 Nederlands kampioen werd, mocht hij een maand rondrijden in een Cadillac. Zijn reactie: “Ik heb geen rijbewijs, geef die auto maar aan Sokolov.” Iemand anders zou zich waarschijnlijk een maand laten rondrijden door een vriend en daarvan na afloop uiteraard foto’s sturen naar de sponsor. Later dat jaar won Loek van Wely in Wolvega het Remco Heite Toernooi, met als hoofdprijs een paard. Of de tegenwaarde in geld, als hij het paard niet wilde. Natuurlijk nam Van Wely het paard, dat was immers wat de sponsor het liefst zag.

Loflied

Sergei Tiviakov heeft een schaakstijl waarmee hij het publiek niet voor zich wint, hij mengt zich niet nadrukkelijk in gezelschap en hij is niet altijd even handig tegenover sponsors. Maar hij is wel een winnaar, van vele toernooien en nu van het Europees kampioenschap. Topsporters die titels winnen, daar houden wij toch van in Nederland? Het wordt dus misschien toch tijd dat we Tiviakov een oranje shirt aantrekken en dan met z’n allen ŕ la André Hazes gaan zingen: “Tiviakov, oh Tiviakov, jij bent de kampioen. Wij houden van Oranje, om zijn daden en zijn doen.”