‘Eindelijk’, was een veelgehoorde reactie toen Yge Visser in 2000 op 37-jarige leeftijd meester werd. Hij zat er al zo lang tegenaan, maar steeds ging het net mis. Wie op dat moment zou hebben voorspeld dat hij ook nog grootmeester zou worden, zou midden in zijn gezicht zijn uitgelachen. Maar Visser heeft het onwaarschijnlijke gepresteerd. Door een vooruitgespeelde laatste partij voor de KNSB-competitie tegen Sipke Ernst (remise) bracht hij zijn seizoensscore op 6,5 uit 9, voldoende voor zijn derde grootmeesternorm. Hieronder een verhaal over zijn prestaties, maar ook over fanatisme, stekeligheden, zonnebrillen, jeugdtraining en de kracht van de loper.
Van
de beslissende KNSB-score was vooral het begin indrukwekkend: Visser speelde
remise tegen grootmeester Chuchelov en versloeg de grootmeesters Saltaev en
Ljubojevic. Bij een score van 4 uit 5 verloor hij van John van der Wiel, waarna
het vooral aankwam op rekenen. Met overwinningen op Bianca Muhren en Jaap Vogel
krikte hij zijn score op, waarna met Sipke Ernst in de laatste ronde de
tegenstand weer op niveau werd gebracht. Die laatste twee tegenstanders had hij
speciaal ‘aangevraagd’, een beetje merkwaardig, maar het zij hem van harte
gegund. Visser scoorde zijn drie normen namelijk binnen iets meer dan een jaar
tijd en dat is heel knap. Zijn tweede norm scoorde hij in het vorige
KNSB-seizoen, door te winnen van Paul Motwani, remise te spelen tegen Yasser
Seirawan en Gerhard Schebler en te winnen van een rijtje meesters. Halverwege
dat seizoen had hij al zijn eerste norm gescoord in het Harmonie-toernooi in
Groningen. Hij won die tienkamp samen met Nijboer, Kuzubov en Van der Wiel, voor
de jonge favorieten l’Ami en Gagunashvili. Visser was eigenlijk toegevoegd als
opvulling, de tienkamp was georganiseerd om normen mogelijk te maken voor jonge
spelers. Over zijn nederlaag tegen l’Ami schreef Visser in Schaakmagazine:
“Ik had mijn plicht gedaan, per slot van rekening was hij degene die zijn
beslissende grootmeesternorm zou moeten halen.”
Niet
tiener Erwin l’Ami, maar de 41-jarige Yge Visser scoorde een norm. Volgens
Gert Ligterink in de Volkskrant zei teamgenoot Erik Hoeksema bij die
gelegenheid: “We zijn even oud, niet zo lang geleden dacht ik dat ik minstens
evenveel talent had als hij en nu blijkt dat ik me lelijk heb vergist.” Zelf
schreef Visser in Schaakmagazine: “Kun je op 41-jarige leeftijd nog sterker
worden? Ik weet dat het kan! Als trainer heb ik al zovele mensen mogen helpen om
hun schaakpeil op te krikken. Een beetje gestructureerde aandacht geven en
hopla, honderden Elo-punten erbij. Niet dat ik mijn eigen schaak op technisch
gebied zoveel verbeterd heb, maar enkele kwetsbare plekken zijn wel aan het
verdwijnen: te vaak dezelfde opening spelen, altijd ernstige tijdnood en
angst.”
Om
grootmeester te worden moet Visser behalve drie normen ook een Elo-rating van
2500 hebben. Officieel heeft Visser nu 2480, maar dankzij zijn goede KNSB-score
en Halve Finale NK staat hij virtueel op 2511. De rating is dus geen probleem,
al is het interessant wat Visser tegen mij zei toen zijn team Hotels.nl in
december op bezoek was bij HSG: “Als ik mijn derde norm scoor wil ik niet
grootmeester worden omdat ik 2450 heb maar ooit heel eventjes 2500 heb gehad.
Zo’n grootmeester wil ik niet zijn. Ik wil gewoon een grootmeester van 2550
zijn.” Nou ja, hij zit nu dichter bij de 2550 dan bij de 2450.
Yge
Visser werd geboren op 29 juli 1963 en groeide op in Sneek. Zijn vader Klaas
Visser was jeugdleider en voorzitter van de Friese Schaakbond, zo is te lezen in
het jubileumboek van Philidor Leeuwarden uit 1997. In 1983 (negentien jaar oud)
werd hij kampioen van Friesland met een score van 8,5 uit 9, waardoor hij als
onderbondspeler direct in het eerste team van Philidor Leeuwarden werd
opgenomen. Visser werd vele malen kampioen van de FSB en van de NOSBO (na zijn
verhuizing naar Groningen) en won in de jaren tachtig vele weekendtoernooien. In
1988-89 speelde hij één seizoen met Groningen in de hoofdklasse en in 1995-96
speelde hij zelfs even bij DCG in Amsterdam, maar in de andere jaren bleef hij
Philidor trouw. Pas in 1998, toen Groningen zich weer een sterk
meesterklasseteam toonde, maakte hij definitief de overstap naar zijn huidige
club.
In
zijn jonge jaren zat Visser al dichtbij het meesterschap. Uit het jubileumboek:
“Na meesterresultaten in 1988 en 1992 is hij vele malen heel dichtbij een
herhaling geweest, doch voortdurend vond hij in de laatste ronden een
bananenschil op zijn pad.” In die tijd konden meesternormen nog verjaren, maar
na normen in Dieren 1998, Wijk aan Zee (reservegroep) 2000 en Hoogeveen 2000
werd aan Visser op 37-jarige leeftijd de meestertitel toegekend.
Beroepsmatig
is Yge Visser op dit moment vooral jeugdtrainer. Dat zat er al vroeg in, zo
schreef hij zelf in het genoemde jubileumboek: “Door mijn eigen
‘gebrekkige’, maar overigens uiterst plezierige schaakjeugd was ik ervan
overtuigd dat de jeugd door een betere begeleiding tot een hoger niveau gebracht
kon worden. Sindsdien ben ik daar op allerlei manieren mee doorgegaan, bij de
FSB, NOSBO, KNSB, Max Euwe Centrum, maar ook privé heb ik wel jeugdtraining
gegeven. Misschien juist daarom ben ik in de loop der tijd zo verbonden geraakt
met Philidor.” Hij beschreef hoe hij in 1987-88 enige tijd weigerde voor
Philidor te spelen, uit solidariteit met de jongere Migchiel de Jong en Eelke
Wiersma die geen eerlijke kans kregen.
Behalve
zijn betrokkenheid bij de jeugd roerde hij daarmee ook iets heel anders aan:
zijn koppigheid, recalcitrantie en het gemak waarmee hij bij kleine
stekeligheden betrokken raakt. Een onschuldig voorbeeld dat hij noemde was dat
hij een tijdje schaakmedewerker was van de Leeuwarder Courant en over het Friese
kampioenschap, waaraan hij zelf een keer niet meedeed, kennelijk iets te
kritisch schreef. Deelnemer Dick Lont schreef toen op het forum van de
Philidor-site: “Het is wel duidelijk dat Yge met pijn in zijn ogen kijkt naar
dat stelletje prutsers dat om zijn titel zit te spelen.” Die krantenstukjes
leverden hem wel meer narigheid op, memoreerde Visser in het jubileumboek.
Verder meldde de redactie: “Zijn impulsieve optreden leidden enkele malen tot
botsingen met organisatoren, tegenstanders of zelfs medespelers.” Gert
Ligterink in de Volkskrant: “Vergeven en vergeten zijn al lang zijn
jeugdzonden – zo maakte hij een minder succesvol begonnen toernooi niet altijd
af – en het heeft een tijdje geduurd voordat zijn haast fanatieke liefde voor
het spel op de juiste wijze werd geapprecieerd.”
Aan
het imago van ‘moeilijke jongen’ droeg ook het veelvuldig dragen van een
zonnebril bij. Tijdens het genoemde Harmonie-toernooi deed hij dat weer. In
Schaakmagazine schreef hij daarover: “Vermoeidheid en katerigheid noopten mij
om het licht enigszins te dempen. In het verleden droeg ik wel vaker zo’n
apparaat gedurende een potje schaak en mensen stoorden zich er kennelijk soms
aan. Ook hier is absoluut geen sprake van intimidatie o.i.d. Doe zelf maar eens
zo’n ding op, je ziet bijna niets. Echt voor m’n lol doe ik het dus niet,
maar soms zijn de indrukken van buitenaf teveel en dan moet het maar.”
Wat
voor schaker is Yge Visser eigenlijk? Ik begin weer bij het verhaal in het
jubileumboek, waarvan de schrijver overigens niet genoemd wordt: “Zijn
geharnaste spel vol venijnige combinatoire pointes voerde hem binnen enkele
seizoenen naar het hoogste bord. Als tijdnoodkunstenaar genoot hij al snel grote
faam. Zijn kracht ligt onder andere in een beperkt openingsrepertoire dat hij
door en door kent en waarvan hij de theorie soms verrijkt heeft met eigen
vondsten.”
Visser
zelf in Schaakmagazine: “Mentaliteit, daar draait het om. Als ik mijn
ploeggenoot Erik Hoeksema soms zie ploeteren en vechten tegen de ellendige
angstgevoelens gedurende zo’n schaakgevecht krijg ik echt medelijden. Ikzelf
geniet meestal van zo’n situatie: heerlijk die spanning! Ook moet er van mijn
hart dat elke nul je eigen schuld is.”
Gert
Ligterink refereerde in de Volkskrant aan Vissers voorkeur voor de loper boven
het paard: “Sinds enige jaren zijn wij teamgenoten en ik moet bekennen dat
mijn kijk op het spel door Vissers opvattingen is veranderd. Als ik een loper
tegen een paard ruil, kijk ik schichtig om mij heen of twee priemende ogen
misschien toekijken.” Ook noemde Ligterink het beperkte openingsrepertoire met
wit, terwijl Vissers zwarte inzichten in het Frans en Konings-Indisch menig
grootmeester nog tot voorbeeld kunnen dienen.
Het
beperkte openingsrepertoire, daar werkt Visser inmiddels aan. Een belangrijke
verbetering is ook dat hij tegenwoordig steeds van Sipke Ernst wint, terwijl hij
vroeger altijd van hem verloor. Nou ja, vorige week speelde hij dus remise, maar
de voorgaande drie partijen waren voor Visser. Ook verder zal hij nog veel weten
te verbeteren, want hij is pas 42. Opmerkingen over zijn leeftijd zijn allemaal
flauwekul. De jongeheer Yge Visser is grootmeester geworden en gaat een grote
toekomst tegemoet.
Johan
Hut
april
2006
Schakers.Info